Monthly Archives: september 2025

Acht moorden in vier dagen vergroten onrust in Arauca

In Arauca zijn in de afgelopen vier dagen acht mensen vermoord, wat de zorg over het toenemende geweld in het grensdepartement opnieuw heeft aangewakkerd. De Ombudsman (Defensoría del Pueblo) sloeg alarm en benadrukte dat er dringend maatregelen nodig zijn om de burgerbevolking te beschermen.

Met deze incidenten komt het aantal moorden in Arauca in 2025 uit op 84, waarvan 12 in september. Volgens de Defensoría verspreidt het geweld zich over de zeven gemeenten van het departement. Vooral Tame, Arauquita en Saravena worden zwaar getroffen.

De instelling wees erop dat de recente misdrijven het gevolg zijn van dynamieken binnen het gewapende conflict en de aanwezigheid van illegale gewapende groepen die internationaal humanitair recht met voeten treden. Hierdoor neemt het risico voor burgers aanzienlijk toe.

In een officieel document riep de Ombudsman de autoriteiten op met urgentie de Vroegtijdige Waarschuwing 011 uit 2023 toe te passen. Deze voorziet in vijf kernacties om de structurele risico’s in Arauca te beperken. Welke dat precies zijn, werd in de verklaring niet in detail toegelicht, maar de instelling benadrukte dat snelle uitvoering noodzakelijk is.

Daarnaast herinnerde de Defensoría eraan dat bescherming van het recht op leven en menselijke waardigheid een fundamentele verplichting van de staat blijft. Volgens de organisatie leidt het gebrek aan opvolging van eerdere waarschuwingen tot grotere kwetsbaarheid voor gemeenschappen en zet dit ook Colombia’s internationale verplichtingen op het gebied van mensenrechten onder druk.

De instelling deed ten slotte een dringende oproep aan de nationale, departementale en lokale autoriteiten om hun samenwerking te versterken en onmiddellijke maatregelen te nemen om de geweldsescalatie in Arauca te stoppen.

Colombia en Clan del Golfo sluiten eerste vredesronde in Qatar af

Colombia en de illegale gewapende organisatie Clan del Golfo hebben in Qatar hun eerste formele gespreksronde afgerond. De onderhandelingen duurden vier dagen en eindigden met een gezamenlijke verklaring, waarin afspraken zijn vastgelegd over de vervanging van illegale gewassen, het respecteren van kinderrechten en garanties voor democratische verkiezingen.

Een concreet resultaat is een pilotprogramma in vijf gemeenten in het noordwesten van Colombia voor de vrijwillige vervanging van coca-gewassen. Dit project moet illegale teelten terugdringen en tegelijk duurzame alternatieven bieden aan boeren. Daarnaast zegde de Clan del Golfo toe minderjarigen in haar gelederen te identificeren en over te dragen aan het Colombiaanse Gezinswelzijnsinstituut. Ook beloofde de groep geen inmenging in de verkiezingen van 2026, een symbolisch belangrijke belofte gezien de historische invloed van gewapende groepen op de politiek.

De gesprekken vonden plaats in Doha en stonden onder bemiddeling van de Qatarese regering. Behalve Qatar zullen ook de Organisatie van Amerikaanse Staten, de Colombiaanse Bisschoppenconferentie en mogelijk de VN betrokken worden bij toezicht en verificatie van de afspraken.

Toch zijn er grote vraagtekens bij de levensvatbaarheid van het proces. Onzeker blijft of Clan del Golfo juridisch als paramilitaire groepering of als drugsorganisatie moet worden aangemerkt, een cruciaal verschil voor vervolging en straffen. Voor de vervolgrondes ontbreken nog concrete data en deadlines, waardoor de geloofwaardigheid onder druk staat.

Ook de reikwijdte van de gewasvervangingspilot is beperkt en bestrijkt slechts een klein deel van het door de groep beïnvloede gebied. Succes zal afhangen van structurele investeringen en effectieve monitoring. Zonder duidelijke garanties dreigt het vredesproces te stranden in intenties in plaats van resultaten.

Twaalf ex-militairen veroordeeld tot herstelwerk voor executies

Twaalf voormalige Colombiaanse militairen zijn veroordeeld tot acht jaar herstelwerkzaamheden voor hun betrokkenheid bij de buitengerechtelijke executie en verdwijning van 135 burgers tussen 2002 en 2005. De Speciale Jurisdictie voor de Vrede (JEP), ingesteld onder het vredesakkoord van 2016, velde het vonnis op basis van erkenning en uitgebreide bekentenissen van de verdachten.

Het La Popa-bataljon, waar de veroordeelde soldaten toe behoorden, opereerde aan de noordelijke Caribische kust en was verantwoordelijk voor het doden van burgers, waaronder mensen met een verstandelijke beperking. De slachtoffers werden na hun dood foutief gepresenteerd als in gevecht gesneuvelde rebellen, een praktijk die bekend staat als ‘falsos positivos’. Volgens de JEP vielen tussen 2002 en 2008 meer dan 6.400 doden door dit beleid, hoewel belangenorganisaties vermoeden dat het werkelijke aantal aanzienlijk hoger ligt.

Sommige veroordeelden zullen slechts vijf jaar herstelwerk verrichten vanwege eerdere gevangenisstraffen. De JEP benadrukte dat alle veroordeelden hun verantwoordelijkheid hadden erkend. De herstelwerkzaamheden bestaan uit zes projecten, waaronder infrastructuurinitiatieven voor inheemse gemeenschappen zoals de Wiwa en Kankuamo, waarvan voorouderlijk land decennialang werd gebruikt door drugshandelaren, paramilitairen en guerrillagroepen.

Naast de veroordeelden zijn drie oud-leden van La Popa aangeklaagd die hun aandeel niet hebben erkend. Zij riskeren bij veroordeling tot twintig jaar cel. Het vonnis volgt op een bredere trend richting verantwoording en verzoening in Colombia, waarbij zowel voormalige FARC-leiders als militairen ter verantwoording worden geroepen.

De veroordeelden werken onder toezicht en hebben beperkte bewegingsvrijheid. Het langdurige conflict in Colombia heeft meer dan 450.000 levens geëist. De vonnissen markeren een mijlpaal in het streven naar gerechtigheid en herstel voor de slachtoffers van systematisch geweld.

Colombia opnieuw gevaarlijkste land voor milieuactivisten

Colombia was in 2024 opnieuw het gevaarlijkste land ter wereld voor milieuactivisten, zo blijkt uit een rapport van de internationale organisatie Global Witness. Van de bijna 150 geregistreerde moorden en verdwijningen wereldwijd vonden er 48 plaats in Colombia, bijna een derde van het totaal. Voor het derde jaar op rij voert het land daardoor de lijst aan.

Volgens het rapport houdt het geweld verband met illegale economieën, in het bijzonder mijnbouw en drugshandel, die in veel regio’s in handen zijn van gewapende groepen. Opvallend is dat het aantal moorden in Colombia afnam ten opzichte van 2023, toen er 79 slachtoffers werden geteld. Toch benadrukt Global Witness dat de situatie ernstig blijft omdat staatsbescherming tekortschiet.

De problematiek is vooral zichtbaar in regio’s waar de Colombiaanse staat nauwelijks aanwezig is. Na het vredesakkoord met de FARC in 2016 hebben andere criminele organisaties de macht in die gebieden overgenomen. Zij gebruiken geweld tegen lokale gemeenschappen en richten schade aan in het milieu. In 2024 werden 20 boeren en 19 inheemse leiders in Colombia slachtoffer van moord of verdwijning.

Het rapport verschijnt op een moment dat de Verenigde Staten de drugs­certificering van Colombia hebben ingetrokken. Hoewel deze stap vooral symbolisch is en geen sancties oplegt, betekent het een politieke afkeuring van de aanpak van president Gustavo Petro. Washington wijst naar recordcijfers van cocateelt en cocaïneproductie in het land.

Colombia produceert 67 procent van de mondiale cocaïne en blijft worstelen met een historisch probleem: het ontbreken van effectief staatsgezag in perifere gebieden. Zolang gewapende groepen de macht blijven uitoefenen, blijft de bescherming van milieuactivisten uiterst kwetsbaar.

Colombia stopt aankoop Amerikaanse wapens na conflict over drugsbeleid

Colombia zal geen militair materieel meer aanschaffen van de Verenigde Staten. De maatregel volgt op de beslissing van Washington om de Colombiaanse inspanningen tegen drugsproductie ongeldig te verklaren. Minister van Binnenlandse Zaken Armando Benedetti (foto) zei dat “vanaf nu geen wapens meer uit de VS worden gekocht”.

President Gustavo Petro benadrukte dat het land wil breken met afhankelijkheid van buitenlandse hulp. De aankondiging kwam kort nadat de Amerikaanse president Donald Trump Petro ervan beschuldigde cocaïneproductie niet alleen niet te hebben teruggedrongen, maar deze te hebben laten stijgen tot recordniveau. Trump stelde dat Colombia zijn verplichtingen op het gebied van drugsbestrijding “duidelijk” niet nakomt.

Petro voert echter een alternatieve aanpak in de strijd tegen drugs. Zijn beleid legt de nadruk op de sociale oorzaken van de sector. Programma’s van zijn regering bieden boeren alternatieven voor cocateelt, zoals cacao en koffie. Tegelijkertijd voert Colombia militaire operaties uit waarbij clandestiene laboratoria zijn ontmanteld. Ook werden veiligheidsdiensten versterkt en werd informatie gedeeld met andere landen om gewapende groepen en criminele netwerken te bestrijden.

Volgens Petro is de groei van de cocateelt vooral het gevolg van de stijgende wereldwijde vraag, in het bijzonder vanuit Europa. Hij riep op tot een herziening van de internationale strategieën. De Amerikaanse overstap naar fentanyl maakt de situatie volgens hem complexer, omdat dit middel steeds vaker met andere drugs wordt gemengd.

De diplomatieke spanning komt op een moment dat Colombia ook intern zware klappen krijgt. In augustus kwamen twaalf politiemensen om bij een aanval door voormalige FARC-dissidenten tijdens een operatie tegen coca in het noordwesten van het land.

Colombia niet langer erkend door VS voor samenwerking tegen drugshandel

De Verenigde Staten hebben Colombia niet langer erkend als samenwerkingsland in de strijd tegen drugs. Deze ingreep zet de bilaterale relatie zwaar onder druk en kan aanzienlijke economische en diplomatieke gevolgen hebben. De beslissing werd op 15 september in Washington bekendgemaakt binnen het jaarlijkse mechanisme van de Majors List, waarmee landen worden beoordeeld op hun inzet tegen drugshandel.

Volgens de Amerikaanse regering bevinden de cocateelt en de cocaïneproductie zich onder president Gustavo Petro op historische recordhoogtes. Washington stelt dat Petro’s poging om via onderhandelingen met gewapende groeperingen de situatie te verbeteren niet is geslaagd en de crisis juist heeft verergerd.

De maatregel betekent dat de VS de samenwerking kan terugschroeven op het gebied van inlichtingen, militaire bijstand, politieopleiding en uitroeiingsprogramma’s. Colombia loopt bovendien het risico jaarlijks 400 tot 500 miljoen dollar aan Amerikaanse steun te verliezen, geld dat onder meer dient voor veiligheidsprojecten en ontwikkelingsprogramma’s op het platteland.

Daarnaast kan de maatregel leiden tot bredere financiële gevolgen. De VS zou tegen leningsaanvragen van Colombia kunnen stemmen bij instellingen als de Wereldbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, wat de toegang tot internationale kredieten duurder maakt. Investeringsbureaus hebben gewaarschuwd dat dit de risico-inschatting voor Colombia verslechtert en buitenlandse investeringen kan ontmoedigen.

Toch gaat het niet om een volledige breuk. Om redenen van nationale veiligheid zal de VS economische steun aan de Colombiaanse strijdkrachten handhaven. Ook voorziet de Amerikaanse wet uitzonderingen die bepaalde vormen van hulp toestaan.

President Trump benadrukte dat de beslissing herzien kan worden als Bogotá agressievere maatregelen neemt tegen coca en de cocaïnehandel. Volgens hem kan versterkte samenwerking leiden tot een beter akkoord en tot het aanpakken van leiders van Colombiaanse criminele organisaties.

Aardbeving met een kracht van 5,7 treft het noorden van Colombia

In de vroege ochtend van zondag 14 september werd het noordwesten van Colombia opgeschrikt door een reeks aardbevingen. De grootste schok, met een magnitude van 5,1 op de schaal van Richter, vond plaats om 2:12 uur lokale tijd en had het epicentrum nabij het stadje Uramita, Antioquia. Volgens het Colombiaanse Geologisch Instituut lag het epicentrum minder dan 30 kilometer onder het aardoppervlak.

De beving werd in meerdere departementen gevoeld, waaronder Antioquia en Santander. In de uren rond de grootste schok werden vier afzonderlijke bevingen geregistreerd. In Uramita en omgeving sloeg de bevolking in paniek, maar volgens de autoriteiten zijn er tot nu toe geen slachtoffers of materiële schade gemeld.

Lokale en nationale hulpdiensten controleerden snel gebouwen en infrastructuur en blijven paraat in verband met mogelijke naschokken. Ook in Medellín en andere steden was de schok duidelijk merkbaar, met veel vragen en meldingen op sociale media.

Volgens seismologen was de aardbeving relatief oppervlakkig, waardoor de kracht lokaal sterk werd ervaren.

Drie dagen van reddingsoperatie voor zeven vermiste mijnwerkers in Cauca

In het departement Cauca zijn reddingsdiensten al drie dagen bezig met de zoektocht naar zeven mijnwerkers die sinds vrijdag 12 september vastzitten in een ingestorte illegale goudmijn, gelegen in het landelijke gebied van Santander de Quilichao. Het ongeluk vond plaats door een grondverschuiving, waardoor de mijn instortte en de mannen vermoedelijk dertig meter onder de grond terechtkwamen.

De reddingsactie, geleid door teams van de brandweer, de civiele bescherming, het Rode Kruis en de nationale mijnbouwautoriteit, wordt bemoeilijkt door modder, rotsen en een gevaarlijk gebrek aan zuurstof in het gangenstelsel. Aanvankelijk probeerden lokale bewoners de mijnwerkers te bereiken, maar inmiddels zijn er graafmachines ingezet om sneller toegang te krijgen tot de diep gelegen locatie.

Onder de vermisten zijn volgens de lokale autoriteiten ook jongeren en een minderjarige van zeventien jaar. De situatie is zorgwekkend, omdat de kans om de mijnwerkers levend terug te vinden met het verlopen van de tijd steeds kleiner wordt. Technische complicaties, zoals het wegpompen van water en de instabiliteit van het terrein, zorgen ervoor dat het reddingsproces langzamer loopt dan gehoopt.

De hulpdiensten werken samen met lokale autoriteiten en private bedrijven om extra materiaal en ondersteuning te bieden. Op de rampplek is een centraal coördinatiepunt ingericht, waar familieleden van de vermisten dag en nacht wachten op nieuws over hun dierbaren. Ondanks de moeilijke omstandigheden blijft de hoop op een succesvolle redding bestaan.

Colombiaanse koffie bereikt hoogste prijs ooit

Op 12 september bereikte de prijs van Colombiaanse koffie een absoluut record. Volgens de Federatie van Colombiaanse Koffieboeren (FNC) werd een lading van 125 kilogram pergamino droog verhandeld voor 3.100.000 Colombiaanse pesos, waarmee het voorgaande record uit augustus werd doorbroken. De prijs voor pasilla in het pergamino bleef stabiel op 10.000 COP per kilogram.

De sterke prijsstijging hangt samen met mondiale marktontwikkelingen: ook op de internationale termijnmarkt steeg de waarde van koffie, met futures die op 12 september $409,79 USD per pond noteerden. Daarmee is koffie in één maand bijna 30% gestegen en ligt het niveau 60% hoger dan vorig jaar.

Deskundigen wijzen op een combinatie van factoren: tegenvallende oogsten, exportbeperkingen door nieuwe handelstarieven, en speculatie op toekomstige schaarste zetten wereldwijd druk op de koffieprijzen. Vooral het weer in Brazilië, de grootste producent, speelt een rol; de productie daalt door droogte en strenge regenval, terwijl de vraag naar Colombiaanse koffie juist stijgt.

De recordprijs betekent winst voor producenten maar kan leiden tot hogere kosten voor afnemers en consumenten wereldwijd. Analisten verwachten dat het hoge prijsniveau voorlopig aanhoudt, al blijft de markt kwetsbaar voor veranderingen in weersomstandigheden en internationale handelspolitiek.

Politie rolt fabriek voor FARC-dissidenten op in Medellín

In Medellín heeft de Colombiaanse politie een fabriek met materialen en uniformen van FARC-dissidenten ontdekt, vlak na een explosieve aanval op een elektriciteitstoren in de stad. De fabriek bevond zich in Comuna 3 Manrique en produceerde goederen voor het 36e Front, een van de belangrijkste splintergroepen van de voormalige guerrilla. De aanval, die geen slachtoffers maakte maar wel paniek veroorzaakte, leidde direct tot een succesvolle politiemissie.

Bij de inval werd alias “Tio” of “Sastre” opgepakt, een logistiek coördinator en schakel tussen de stedelijke steungroepen en het gewapende netwerk. Volgens gouverneur Andrés Julián Rendón was de verdachte verantwoordelijk voor levering van benodigdheden, criminele inlichtingen en explosieven voor het 36e Front. Met de arrestatie hoopt de politie een belangrijk deel van de stedelijke infrastructuur te ontmantelen die criminele activiteiten faciliteert en het conflict in stand houdt.

Stedelijke steungroepen zijn essentieel voor gewapende groeperingen in Colombia. Ze leveren logistieke steun, informatie en middelen vanuit de stad aan strijders in rurale gebieden en zijn vaak actief betrokken bij illegale economieën zoals drugshandel en afpersing. De ontmanteling van deze fabriek vestigt opnieuw de aandacht op het belang van stedelijke netwerken in de voortzetting van het conflict, maar toont ook aan dat gerichte politieacties kunnen bijdragen aan verzwakking van deze structuren.

De operatie wordt gezien als een belangrijke stap in de strijd tegen stedelijke steunstructuren van gewapende groepen in Colombia.