Monthly Archives: januari 2026

Ecuador legt 30% importbelasting op aan Colombia na diplomatiek conflict

Ecuador voert per 1 februari een importbelasting van 30% in op goederen uit Colombia, in wat president Daniel Noboa een “veiligheidstoeslag” noemt. De maatregel is bedoeld om Colombia te dwingen tot nauwere samenwerking in de strijd tegen drugshandel en illegale mijnbouw aan de grens, maar dreigt de diplomatieke spanningen tussen beide landen verder op te voeren.

Volgens Noboa handelt Ecuador uit frustratie over het gebrek aan wederkerigheid van de Colombiaanse overheid. “Zonder echte samenwerking zal Ecuador deze toeslag handhaven,” verklaarde hij op X. Ecuadoraanse functionarissen beweren dat hun leger dagelijks gewapende groepen aan de grens bestrijdt zonder voldoende steun uit Bogotá.

De aankondiging komt slechts enkele dagen nadat de Colombiaanse president Gustavo Petro had opgeroepen tot vrijlating van de voormalige Ecuadoraanse vicepresident Jorge Glas, die in Ecuador is veroordeeld wegens corruptie. Petro stelde dat Glas “psychologische marteling” ondergaat en pleitte voor vrijlating op humanitaire gronden. In Quito werden die uitspraken opgevat als inmenging in binnenlandse zaken en een gebrek aan respect voor de Ecuadoraanse rechtspraak.

Hoewel Noboa deze kwestie niet noemde bij zijn tariefaankondiging, zien waarnemers een duidelijk verband tussen beide gebeurtenissen. De timing wijst volgens diplomatieke bronnen op een politieke reactie op Petro’s uitlatingen.

Economische kringen in zowel Ecuador als Colombia waarschuwen intussen voor de impact van de 30%-heffing. Colombia is een van Ecuador’s belangrijkste handelspartners, en het nieuwe tarief kan leiden tot hogere consumentenprijzen en verstoringen in handelsstromen. Bovendien kan de maatregel botsen met de regels van de Andesgemeenschap, die doorgaans invoerheffingen tussen lidstaten verbiedt.

De regering in Bogotá beraadt zich nog op haar reactie, terwijl Quito volhoudt dat de belasting pas verdwijnt als de grenssamenwerking “daadwerkelijke resultaten” oplevert.

Colombia mikt op 7,5 miljoen toeristen in 2026

De Colombiaanse regering heeft haar nationale toerismestrategie gepresenteerd, met als hoofddoel 7,5 miljoen bezoekers te ontvangen in 2026 en het economisch gewicht van de sector fors te vergroten. Volgens de overheid is toerisme inmiddels een van de pijlers van de nationale economie.

Tussen 2022 en november 2025 kwamen meer dan 21 miljoen niet-residente bezoekers naar Colombia, een stijging van 138 procent ten opzichte van de vorige regeringsperiode. Alleen al in 2025 groeide de sector met ruim 56 procent, waarmee Colombia tot de drie snelst groeiende toeristische bestemmingen van Zuid-Amerika behoort en bij de 20 landen wereldwijd met de grootste groei.

Minister van Handel, Industrie en Toerisme Diana Morales verklaarde dat de strategie niet alleen gericht is op meer bezoekers, maar vooral op lokale ontwikkeling. “We willen een Colombia tonen dat investeert in zijn mensen en zijn territorium,” aldus Morales.

Een opvallend resultaat is dat de buitenlandse inkomsten uit toerisme inmiddels hoger liggen dan die uit kolenexport, wat volgens het ministerie wijst op een economische verschuiving naar duurzamere en waardevollere sectoren.

De nieuwe strategie legt daarnaast de nadruk op internationale zichtbaarheid. Colombia zal aanwezig zijn op de toerismebeurs Fitur in Spanje en andere wereldwijde promotieplatforms om het land te positioneren als een divers en duurzaam reisdoel.

Het beleid richt zich ook op de rechtstreekse impact van toerisme in lokale gemeenschappen. De overheid zegt dat investeringen worden afgestemd op regionale ontwikkeling en sociale inclusie. De komende jaren moeten de concrete effecten op werkgelegenheid en inkomsten blijken.

Iván Cepeda leidt in eerste peiling voor Colombiaanse presidentsverkiezingen 2026

Iván Cepeda, senator van de linkse coalitie Pacto Histórico, leidt de jongste landelijke peiling van opiniebureau GAD3 voor RCN Televisión met 30% van de stemintenties richting de presidentsverkiezingen van 2026 in Colombia. Hij wordt gevolgd door advocaat Abelardo de la Espriella met 22%, terwijl senator Paloma Valencia met 3% op de derde plaats staat.

De steekproef, uitgevoerd tussen 13 en 15 januari 2026 onder 1.207 volwassen stemgerechtigden, laat een hoge bereidheid tot deelname zien. Twee derde (66%) van de ondervraagden zegt zeker te zullen stemmen en 18% waarschijnlijk. Slechts 13% zegt niet van plan te zijn te stemmen. De motivatie is groter bij mannen (71%) dan bij vrouwen (61%) en stijgt met leeftijd en inkomen.


In de partijinterne voorkeuren blijft Cepeda eveneens dominant. Binnen het linkse blok krijgt hij 34% steun, gevolgd door Roy Barreras (4%) en Camilo Romero (3%). Aan de centrum-rechtse kant staat Paloma Valencia bovenaan met 23%, gevolgd door journalisten Vicky Dávila en Juan Manuel Galán, elk met 8%.

De peiling testte ook hypothetische tweede ronde-scenario’s. Cepeda zou winnen van alle voornaamste rivalen: 40% tegen 32% voor De la Espriella, 43% tegen 20% voor Valencia en 43% tegen 17% voor Pinzón. Tegen onafhankelijk kandidaat Sergio Fajardo haalt hij eveneens 40%, terwijl Fajardo 25% krijgt.

De studie, uitgevoerd via telefonische interviews met een foutmarge van ±2,83% en een betrouwbaarheidsniveau van 95%, toont een vroegtijdig voordeel voor Cepeda in een sterk gepolariseerd politiek landschap. Het onderzoek werd gefinancierd door RCN Televisión S.A.

Colombia sluit 2025 af met recordaantal ontheemden

Colombia sloot 2025 af met een alarmerende stijging van het aantal mensen dat door geweld werd verdreven. Volgens cijfers van de mensenrechtenorganisatie CODHES raakten 90.741 personen ontheemd in 131 massale of meervoudige gebeurtenissen in 71 gemeenten, verspreid over 14 departementen. Dat is 54,5% meer dan in 2024 en 34% meer dan in 2023.

De ernstigste situatie deed zich voor in de regio Catatumbo, in het departement Norte de Santander, waar gevechten tussen het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN) en FARC-dissidenten tot bijna 60.000 ontheemden leidden. Alleen in de gemeenten Teorama en Tibú ging het om bijna 50.000 mensen. De strategische ligging aan de grens met Venezuela, cruciaal voor drugshandel en illegale smokkel, blijft een brandpunt van conflict en onveiligheid.

Ook in de departementen Nariño, Cauca, Antioquia, Bolívar en Chocó werden duizenden inwoners gedwongen te vluchten. Deze gebieden delen een patroon van gewelddadige strijd om controle over routes voor de drugshandel richting de Stille Oceaan en de Caribische Zee.

CODHES schrijft 70% van de ontheemding toe aan het ELN, gevolgd door niet-geïdentificeerde gewapende groepen (18,4%), FARC-dissidenten (6,1%) en het Clan del Golfo (5,5%). Volgens de organisatie weerspiegelen deze cijfers de aanhoudende fragmentatie van het gewapende conflict en de zwakke aanwezigheid van de staat in rurale gebieden.

Ondanks waarschuwingssystemen en institutionele toezeggingen blijven veel gemeenschappen zonder effectieve bescherming. Sommige gezinnen zijn herhaaldelijk ontheemd geraakt. CODHES waarschuwt dat het land te maken heeft met een verergerende humanitaire crisis die niet langer met noodhulp alleen kan worden aangepakt, maar structurele oplossingen vereist op het vlak van veiligheid, ontwikkeling en overheidsaanwezigheid.

27 doden bij gevechten tussen rivaliserende FARC-facties

Minstens 27 strijders van een dissidente FARC-groep zijn omgekomen bij gevechten met een rivaliserende factie in het departement Guaviare, in het zuidwesten van Colombia. Volgens militaire bronnen draaide het geweld om de controle over een strategisch gebied dat van belang is voor de productie en handel van cocaïne. Het incident is een van de bloedigste binnen de guerrillabeweging van de afgelopen maanden.

De confrontatie vond plaats in het landelijke gebied van El Retorno, ongeveer 300 kilometer ten zuidwesten van Bogotá. Daarbij kwamen 27 leden van de factie van Néstor Gregorio Vera, alias Iván Mordisco, om het leven. Zij vochten tegen strijders onder leiding van Alexander Díaz Mendoza, alias Calarcá Córdoba, zo bevestigden militaire bronnen aan de pers.

Beide groepen maakten tot vorig jaar deel uit van de Centrale Staf van de FARC, maar splitsten zich in april 2024 na interne meningsverschillen. De factie van Díaz Mendoza is sindsdien betrokken bij vredesgesprekken met president Gustavo Petro, terwijl Vera’s aanhangers de vijandelijkheden hebben hervat sinds het bilaterale staakt-het-vuren werd beëindigd.

Het recente geweld legt opnieuw de kwetsbaarheid van Colombia’s vredesproces bloot. Hoewel het vredesakkoord van 2016 ongeveer 13.000 voormalige FARC-strijders in staat stelde de wapens neer te leggen, blijven dissidente groeperingen actief in strategische regio’s waar illegale economieën overheersen.

Colombia versterkt defensie met antidrone-schild van 1,55 miljard euro

De Colombiaanse regering heeft een grootschalig verdedigingsproject aangekondigd om het land te beschermen tegen droneaanvallen van illegale gewapende groepen. Het plan, met een totale waarde van 1,68 miljard dollar (ongeveer 1,55 miljard euro), beoogt de ontwikkeling van een nationaal antidrone-schild dat zowel militaire als vitale civiele infrastructuur moet beveiligen.

Volgens minister van Defensie Pedro Sánchez vormt het project “een van de meest innovatieve strategieën voor nationale veiligheid” in de recente geschiedenis van Colombia. Voor de eerste fase is een budget van 271 miljoen dollar (ongeveer 250 miljoen euro) vrijgemaakt. Vrijdag vond in Bogotá een bijeenkomst plaats met internationale partners en bedrijven, maar details over deelnemende partijen zijn nog niet bekendgemaakt.

Het initiatief volgt op een reeks droneaanvallen in de afgelopen twee jaar. Tussen 2024 en 2025 werden 264 aanvallen geregistreerd waarbij explosieven werden gebruikt. De meeste incidenten vonden plaats in afgelegen junglegebieden waar coca wordt verbouwd. Daarbij kwamen vijftien soldaten om en raakten 153 militairen gewond. De aanvallen worden toegeschreven aan de guerrillabeweging ELN en aan FARC-dissidenten.

De Colombiaanse overheid probeert met het project de kwetsbaarheid van haar strijdkrachten te verkleinen. Het land kampt al zes decennia met binnenlands geweld dat meer dan 450.000 slachtoffers heeft geëist. Het antidrone-schild maakt deel uit van een bredere strategie om de strijdkrachten te moderniseren. Eerder tekende Colombia een overeenkomst van 3,1 miljard euro (3,6 miljard dollar) met het Zweedse Saab voor de levering van zeventien Gripen-gevechtsvliegtuigen.

Petro kondigt daling benzineprijs aan na afbetaling brandstoffonds

President Gustavo Petro heeft aangekondigd dat de benzineprijzen in Colombia de komende dagen zullen dalen. De regering beschouwt dit als een direct resultaat van het volledig aflossen van de schuld van het Fondo de Estabilización de Precios de los Combustibles (FEPEC) en de recente waardestijging van de Colombiaanse peso ten opzichte van de dollar.

Tijdens een publieke verklaring zei Petro dat de economische omstandigheden nu gunstiger zijn. “De schuld van het FEPEC is afbetaald, en de peso is sterker dan de dollar. Daarom kunnen we de benzineprijs gaan verlagen,” aldus de president.

Met deze aankondiging reageerde Petro ook op de kritiek van oud-president Álvaro Uribe en senator María Fernanda Cabal, die vraagtekens hadden gezet bij de lening die de regering aanging om bestaande verplichtingen te dekken. Volgens Petro werd het krediet uitsluitend gebruikt om schulden van de vorige regering van Iván Duque af te lossen.

De verlaging van de benzineprijs kan volgens economische experts een positieve impact hebben op transportkosten en inflatie, die sterk beïnvloed worden door brandstofprijzen. Toch blijft het onduidelijk hoe groot de verlaging zal zijn en vanaf wanneer deze precies ingaat.

Het besluit komt na maanden waarin de brandstofprijzen geleidelijk waren gestegen als onderdeel van een beleid om het begrotingstekort van het FEPEC weg te werken. Nu dat doel is bereikt, spreekt de regering van een nieuwe fase gericht op verlichting voor consumenten en de transportsector.

Geweld tegen Colombiaanse pers houdt aan ondanks lichte daling

In 2025 werden in Colombia 468 aanvallen op journalisten geregistreerd, zo meldt de Stichting voor Persvrijheid (FLIP). Hoewel dit iets minder is dan in 2024, toen 530 incidenten werden vastgelegd, blijft de situatie voor de pers in het hele land precair. De meeste aanvallen betroffen bedreigingen en stigmatiserende uitspraken, maar ook gedwongen verhuizingen, ballingschap en zelfs moord. In de eerste maanden van 2025 werd één journalist vermoord en later dat jaar vond een poging tot moord plaats.

Volgens de FLIP blijft het werk van journalisten bijzonder riskant in regio’s die worden gecontroleerd door illegale gewapende groepen en criminele bendes. Deze actoren proberen lokale informatie te manipuleren of te onderdrukken om hun economische belangen, zoals drugshandel of illegale mijnbouw, te beschermen. Journalisten die deze praktijken aan het licht brengen, worden geconfronteerd met intimidatie, geweld en censuur.

Ondanks de lichte daling in geregistreerde gevallen waarschuwt de organisatie dat dit geen structurele verbetering betekent. Intimidatie en zelfcensuur blijven voor veel lokale verslaggevers overlevingsstrategieën. In verschillende departementen leidt dit tot een ernstig informatiegebrek voor de bevolking en verzwakt het de democratische controle op machtsmisbruik.

De Ombudsman (Defensoría del Pueblo) veroordeelde de aanhoudende agressie en stelde dat aanvallen op de pers een directe schending vormen van het collectieve recht op informatie. Zowel de Defensoría als de FLIP dringen er bij de regering op aan om meer geïntegreerde maatregelen te nemen, met een combinatie van fysieke bescherming, gerechtelijk onderzoek en staatsaanwezigheid in risicogebieden. Straffeloosheid, zeggen zij, blijft een brandstof voor herhaald geweld.

Ondanks de bedreigingen blijft de Colombiaanse journalistiek haar rol vervullen als waakhond van de democratie. Voor veel verslaggevers is het oordeel duidelijk: het beschermen van journalisten betekent het beschermen van de waarheid en het recht van burgers om geïnformeerd te zijn.

Petro en Trump ontmoeten elkaar op 3 februari in Washington

President Gustavo Petro zal op 3 februari in Washington een ontmoeting hebben met de Amerikaanse president Donald Trump. De Colombiaanse leider kondigde dit aan tijdens de eerste ministerraad van 2026 en omschreef het overleg als “bepalend voor de bilaterale relatie”.

Volgens Petro zal de ontmoeting zich concentreren op samenwerking in de strijd tegen drugshandel en gewapende groeperingen. Ook de bescherming van Colombianen in het buitenland staat hoog op de agenda. De president benadrukte dat de ontmoeting bedoeld is om “rust en veiligheid te garanderen, waar Colombianen zich ook bevinden”.

Tijdens de ministerraad ging Petro in op de recente cijfers over illegale gewassen. Hij bekritiseerde de metingen van de Verenigde Naties, die in zijn ogen gebaseerd zijn op foutieve regionale data. “De VN nam de productiefste zone, het Naya-gebied, als referentie, waardoor de nationale schatting te hoog uitvalt,” zei hij. Petro stelde dat de omvang van de cocateelt in Peru groter is dan in Colombia.

De Colombiaanse regering presenteerde in 2025 verschillende programma’s om cocateelt te vervangen door legale landbouwactiviteiten. Volgens Petro heeft dat beleid geleid tot een vermindering van 51 procent in het areaal coca. Hij wees daarbij op een verbeterde relatie tussen de overheid en de boeren: “De telers beginnen opnieuw vertrouwen te krijgen in de staat, wat van groot belang is voor duurzame verandering.”

Met het aankomende overleg tussen Petro en Trump probeert Bogota de diplomatieke banden met Washington te versterken, terwijl Trump sinds zijn terugkeer in het Witte Huis een harder beleid rond drugs en migratie voert. De bijeenkomst van 3 februari zal naar verwachting duidelijk maken of beide regeringen een gezamenlijke koers kunnen vinden voor regionale veiligheid en economische samenwerking.

Colombiaans leger ontmantelt volledige FARC-dissidentengroep in Chocó

Het Nationale Leger van Colombia heeft in het departement Chocó een volledige eenheid van de FARC-dissidenten onder leiding van alias ‘Calarcá’ tot overgave gebracht. De elf leden van de zogeheten Commissie 34, waaronder drie leiders, gaven zich vrijwillig over aan de autoriteiten tijdens een militaire operatie in de landelijke zone van Carmen de Atrato.

De operatie, uitgevoerd door troepen van infanteriebataljon nr. 12 van de vijftiende brigade, leidde bovendien tot de inbeslagname van acht wapens, munitie, communicatieapparatuur en propagandamateriaal. Volgens het leger betekent dit de volledige ontmanteling van een cel die in 2025 werd opgericht na de afsplitsing van de Commissie 36 en die van plan was haar activiteiten uit te breiden naar Chocó, Risaralda en Caldas.

Generaal Hugo Alejandro López Barreto, commandant van de strijdkrachten, prees het werk van het leger en noemde het resultaat een “belangrijke stap in het verzwakken van de criminele macht in het westen van het land”. Hij benadrukte dat alle operaties werden uitgevoerd met respect voor mensenrechten en internationaal humanitair recht.

Het leger verklaarde dat de overgave van de elf leden hun operationele capaciteit versterkt en de invloed van gewapende groepen in Chocó aanzienlijk vermindert. Deze actie maakt deel uit van een bredere militaire strategie die in 2026 wordt versterkt om criminele netwerken in Colombia verder te ontmantelen.