Ecuador voert per 1 februari een importbelasting van 30% in op goederen uit Colombia, in wat president Daniel Noboa een “veiligheidstoeslag” noemt. De maatregel is bedoeld om Colombia te dwingen tot nauwere samenwerking in de strijd tegen drugshandel en illegale mijnbouw aan de grens, maar dreigt de diplomatieke spanningen tussen beide landen verder op te voeren.
Volgens Noboa handelt Ecuador uit frustratie over het gebrek aan wederkerigheid van de Colombiaanse overheid. “Zonder echte samenwerking zal Ecuador deze toeslag handhaven,” verklaarde hij op X. Ecuadoraanse functionarissen beweren dat hun leger dagelijks gewapende groepen aan de grens bestrijdt zonder voldoende steun uit Bogotá.
De aankondiging komt slechts enkele dagen nadat de Colombiaanse president Gustavo Petro had opgeroepen tot vrijlating van de voormalige Ecuadoraanse vicepresident Jorge Glas, die in Ecuador is veroordeeld wegens corruptie. Petro stelde dat Glas “psychologische marteling” ondergaat en pleitte voor vrijlating op humanitaire gronden. In Quito werden die uitspraken opgevat als inmenging in binnenlandse zaken en een gebrek aan respect voor de Ecuadoraanse rechtspraak.
Hoewel Noboa deze kwestie niet noemde bij zijn tariefaankondiging, zien waarnemers een duidelijk verband tussen beide gebeurtenissen. De timing wijst volgens diplomatieke bronnen op een politieke reactie op Petro’s uitlatingen.
Economische kringen in zowel Ecuador als Colombia waarschuwen intussen voor de impact van de 30%-heffing. Colombia is een van Ecuador’s belangrijkste handelspartners, en het nieuwe tarief kan leiden tot hogere consumentenprijzen en verstoringen in handelsstromen. Bovendien kan de maatregel botsen met de regels van de Andesgemeenschap, die doorgaans invoerheffingen tussen lidstaten verbiedt.
De regering in Bogotá beraadt zich nog op haar reactie, terwijl Quito volhoudt dat de belasting pas verdwijnt als de grenssamenwerking “daadwerkelijke resultaten” oplevert.
