De Colombiaanse Procuraduría General de la Nación, een onafhankelijke toezichthoudende instantie die overheidsfunctionarissen controleert en kan optreden als openbaar aanklager in disciplinaire en soms strafrechtelijke onderzoeken, heeft het Tribunaal van Bogotá verzocht de veroordeling van voormalig president Álvaro Uribe Vélez tot twaalf jaar huisarrest wegens procesfraude en omkoping in een strafzaak te vernietigen.
Volgens het 81 pagina’s tellende beroepschrift, ondertekend door procureur Bladimir Cuadro Crespo, zijn er in het proces tekortkomingen geconstateerd in de beoordeling en waardering van het bewijs dat het Openbaar Ministerie tegen Uribe presenteerde tijdens de voorbereidingen en de rechtszaak.
De kern van het beroep is dat tijdens het vijf maanden durende proces niet overtuigend werd aangetoond dat Uribe bewust en doelgericht heeft gehandeld in de ten laste gelegde feiten. Volgens Cuadro kon niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat Uribe het vereiste kennisniveau bezat om als hoofdverantwoordelijke te worden gezien voor de gebeurtenissen waarvoor hij werd aangeklaagd.
Daarnaast stelt de procurador dat essentiële bewijsstukken, zoals verklaringen van familieleden van Juan Guillermo Monsalve, ten onrechte werden uitgesloten, hoewel zij een andere lezing gaven aan de gebeurtenissen op de hacienda Guacharacas en betwistten of Monsalve daadwerkelijk tot paramilitaire groepen behoorde. Verder werd aangevoerd dat bepaalde telefoontaps tussen Uribe en zijn toenmalige advocaat Diego Cadena niet als bewijs hadden mogen worden meegenomen, omdat deze volgens Cuadro niet aan de juridische criteria voldeden en per ongeluk waren verkregen.
Ook wordt aangevoerd dat het vonnis van rechter Sandra Liliana Heredia niet voldeed aan de vereisten en dat het principe van de onschuldpresumptie van Uribe werd genegeerd. De beoordeling van het bewijs was volgens de procurador eenzijdig en zou hebben geleid tot een onjuiste conclusie over Uribe’s schuld.
De veroordeling van voormalig president Uribe, uitgesproken op 1 augustus 2025, was historisch, omdat het de eerste keer was dat een Colombiaanse ex-president schuldig werd bevonden aan strafrechtelijke feiten in een rechtszaak. Het dossier, dat begon in 2012 met een aanklacht door Uribe tegen senator Iván Cepeda en later omkeerde tot een onderzoek naar Uribe zelf wegens getuigenmanipulatie, werd sindsdien door verschillende gerechtelijke instanties onderzocht.
De verdediging van Uribe heeft te kennen gegeven eveneens in beroep te gaan tegen het vonnis, waarvoor de deadline op 13 augustus ligt. De uiteindelijke uitkomst van het hoger beroep door het Tribunaal van Bogotá is bepalend voor de definitieve juridische status van Uribe.