De alliantie tussen de Colombiaanse president-elect Abelardo de la Espriella en voormalig president Álvaro Uribe staat onder druk, nog voordat de nieuwe regering is beëdigd. Een conflict over de controle van het Congres en de verdeling van macht binnen de rechtse coalitie legt diepe spanningen bloot.
Centraal staat de verkiezing van de congresleiding op 20 juli. Het Democratisch Centrum, de partij van Uribe, had gehoopt met steun van De la Espriella de voorzitterschappen van zowel Senaat als Kamer binnen te halen. De president-elect steunt echter andere kandidaten uit zijn bredere coalitie, waaronder Alfredo Deluque en Nicolás Barguil. Naar verwachting zullen zij de posities veroveren, wat een duidelijke politieke nederlaag betekent voor Uribismo.
De spanningen beperken zich niet tot het parlement. Ook de samenstelling van het toekomstige kabinet zorgt voor onvrede. Tot nu toe kreeg slechts één Uribe-getrouwe een ministerspost, terwijl sleutelministeries zijn toegewezen aan vertrouwelingen van De la Espriella en andere coalitiepartners. Binnen het Democratisch Centrum groeit het gevoel dat de partij wordt gemarginaliseerd, ondanks haar belangrijke rol in de verkiezingsoverwinning.
Uribe reageerde publiekelijk en waarschuwde dat zijn partij zich zal verzetten tegen pogingen om haar buitenspel te zetten. Hij benadrukte dat het Democratisch Centrum regeringsbeleid zal steunen dat het landsbelang dient, maar zich zal verdedigen als het wordt aangevallen.
Analisten zien in het conflict meer dan een meningsverschil over posten. De la Espriella lijkt te werken aan een eigen politieke machtsbasis, mogelijk via de uitbouw van zijn beweging tot een volwaardige partij. Daarmee zou hij de dominante positie van het Democratisch Centrum binnen rechts Colombia kunnen ondermijnen.
De confrontatie markeert het begin van een bredere strijd om leiderschap binnen het conservatieve kamp, die bepalend kan worden voor de politieke koers van Colombia in de komende jaren.