De Verenigde Staten hebben Colombia niet langer erkend als samenwerkingsland in de strijd tegen drugs. Deze ingreep zet de bilaterale relatie zwaar onder druk en kan aanzienlijke economische en diplomatieke gevolgen hebben. De beslissing werd op 15 september in Washington bekendgemaakt binnen het jaarlijkse mechanisme van de Majors List, waarmee landen worden beoordeeld op hun inzet tegen drugshandel.
Volgens de Amerikaanse regering bevinden de cocateelt en de cocaïneproductie zich onder president Gustavo Petro op historische recordhoogtes. Washington stelt dat Petro’s poging om via onderhandelingen met gewapende groeperingen de situatie te verbeteren niet is geslaagd en de crisis juist heeft verergerd.
De maatregel betekent dat de VS de samenwerking kan terugschroeven op het gebied van inlichtingen, militaire bijstand, politieopleiding en uitroeiingsprogramma’s. Colombia loopt bovendien het risico jaarlijks 400 tot 500 miljoen dollar aan Amerikaanse steun te verliezen, geld dat onder meer dient voor veiligheidsprojecten en ontwikkelingsprogramma’s op het platteland.
Daarnaast kan de maatregel leiden tot bredere financiële gevolgen. De VS zou tegen leningsaanvragen van Colombia kunnen stemmen bij instellingen als de Wereldbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank, wat de toegang tot internationale kredieten duurder maakt. Investeringsbureaus hebben gewaarschuwd dat dit de risico-inschatting voor Colombia verslechtert en buitenlandse investeringen kan ontmoedigen.
Toch gaat het niet om een volledige breuk. Om redenen van nationale veiligheid zal de VS economische steun aan de Colombiaanse strijdkrachten handhaven. Ook voorziet de Amerikaanse wet uitzonderingen die bepaalde vormen van hulp toestaan.
President Trump benadrukte dat de beslissing herzien kan worden als Bogotá agressievere maatregelen neemt tegen coca en de cocaïnehandel. Volgens hem kan versterkte samenwerking leiden tot een beter akkoord en tot het aanpakken van leiders van Colombiaanse criminele organisaties.