Colombia was in 2024 opnieuw het gevaarlijkste land ter wereld voor milieuactivisten, zo blijkt uit een rapport van de internationale organisatie Global Witness. Van de bijna 150 geregistreerde moorden en verdwijningen wereldwijd vonden er 48 plaats in Colombia, bijna een derde van het totaal. Voor het derde jaar op rij voert het land daardoor de lijst aan.
Volgens het rapport houdt het geweld verband met illegale economieën, in het bijzonder mijnbouw en drugshandel, die in veel regio’s in handen zijn van gewapende groepen. Opvallend is dat het aantal moorden in Colombia afnam ten opzichte van 2023, toen er 79 slachtoffers werden geteld. Toch benadrukt Global Witness dat de situatie ernstig blijft omdat staatsbescherming tekortschiet.
De problematiek is vooral zichtbaar in regio’s waar de Colombiaanse staat nauwelijks aanwezig is. Na het vredesakkoord met de FARC in 2016 hebben andere criminele organisaties de macht in die gebieden overgenomen. Zij gebruiken geweld tegen lokale gemeenschappen en richten schade aan in het milieu. In 2024 werden 20 boeren en 19 inheemse leiders in Colombia slachtoffer van moord of verdwijning.
Het rapport verschijnt op een moment dat de Verenigde Staten de drugscertificering van Colombia hebben ingetrokken. Hoewel deze stap vooral symbolisch is en geen sancties oplegt, betekent het een politieke afkeuring van de aanpak van president Gustavo Petro. Washington wijst naar recordcijfers van cocateelt en cocaïneproductie in het land.
Colombia produceert 67 procent van de mondiale cocaïne en blijft worstelen met een historisch probleem: het ontbreken van effectief staatsgezag in perifere gebieden. Zolang gewapende groepen de macht blijven uitoefenen, blijft de bescherming van milieuactivisten uiterst kwetsbaar.