Colombia heeft in 2025 het grootste handelstekort uit zijn geschiedenis geregistreerd. Volgens de nationale statistiekdienst DANE overschreed het tekort tussen import en export 16,37 miljard dollar, een record dat de structurele zwakte van de Colombiaanse economie blootlegt.
Het zwaartepunt ligt bij de handelsrelatie met China, waar het tekort opliep tot 16,5 miljard dollar. Ter vergelijking: met de Verenigde Staten bedroeg dat slechts 344 miljoen. De verklaring ligt in het handelsprofiel van beide landen. Colombia importeert massaal Chinese producten zoals elektronica, voertuigen, machines en textiel, terwijl het zelf voornamelijk olie en kolen uitvoert, goederen met volatiele prijzen en dalende wereldvraag.
De cijfers bevestigen volgens economen een fundamentele verschuiving. “Het land geeft in het buitenland veel meer uit dan het aan deviezen verdient”, waarschuwt César Pabón van Corficolombiana. Hij noemt het tekort “het hoogste in een halve eeuw” en vreest dat de afhankelijkheid van externe financiering zal toenemen. Dat kan leiden tot devaluatie van de peso en hogere importprijzen voor consumenten.
President Gustavo Petro legde de nadruk op de daling van de energie-export en deed een opvallende oproep aan Colombianen in het buitenland om in het land te investeren. Dat moet nieuwe dollars opleveren zonder bijkomende schulden. Toch beschouwen experts het tekort vooral als een symptoom van structurele problemen: beperkte industriële capaciteit, een overgewaardeerde munt en groeiende consumptie van buitenlandse producten.
De gevolgen zijn tastbaar. Een langdurig handelstekort betekent blijvende druk op de wisselkoers, hogere prijzen van importgoederen en trager economisch herstel. Tegelijkertijd daalt de belastingopbrengst uit de exportsector, waardoor de overheidsfinanciën verder onder spanning komen te staan.
Het recorddeficit toont volgens analisten dat het Colombiaanse groeimodel zijn grens heeft bereikt. Zolang de economie afhankelijk blijft van grondstoffenexport en import van industriële producten, dreigt het land structureel kwetsbaar te blijven voor externe schokken.