Meer dan honderdduizend Colombianen zijn in 2026 gedwongen hun woonplaats te verlaten. Dat blijkt uit cijfers van de Defensoría del Pueblo, de Colombiaanse ombudsman voor mensenrechten, die waarschuwt voor een ernstige humanitaire situatie in conflictgebieden. Daarnaast zaten nog eens ruim 110.000 mensen wekenlang vast in hun dorpen, zonder mogelijkheid om zich vrij te verplaatsen door het aanhoudende geweld.
Volgens het rapport registreerde de ombudsman vorig jaar 116 incidenten van gedwongen ontheemding en 93 gevallen van dergelijke insluiting. De departementen Norte de Santander, Nariño en Cauca werden het zwaarst getroffen door verplaatsingen, terwijl Chocó, Cauca en Huila de meeste gemeenschappen meldden die door gewapende groepen werden afgesneden van voedsel, zorg en vervoer.
De Defensoría del Pueblo riep de overheid op om snel in te grijpen met gerichte maatregelen ter preventie en noodhulp. De instelling benadrukt dat de aanpak per regio moet worden afgestemd en dat er een blijvende aanwezigheid van staatsinstellingen in de getroffen gebieden nodig is.
De ombudsman wees daarnaast op de verslechterende veiligheidssituatie in Catatumbo, in het noordoosten van Colombia. In het grensgebied rond de gemeente Tibú moesten tientallen inwoners vluchten voor hevige gevechten tussen het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN) en FARC-dissidenten van het 33e Front. Bewoners vonden tijdelijk onderdak in een dorpsschool om te ontsnappen aan het geweld.
De Defensoría dringt er bij de gewapende groepen op aan om de gevechten te staken en artsen en hulporganisaties toe te laten. Volgens de instelling is snelle toegang tot medische en humanitaire hulp van levensbelang om verdere slachtoffers te voorkomen.