Nicolás Petro Burgos, de oudste zoon van de Colombiaanse president Gustavo Petro, heeft tijdens een zitting in Barranquilla alle aanklachten van het Openbaar Ministerie afgewezen. Hij staat terecht vanwege vermeende onregelmatigheden bij contracten die tussen 2020 en 2023 zijn gesloten via de stichting Fundación Conciencia Social (Fucoso), toen hij lid was van de departementale assemblee van Atlántico.
Het Openbaar Ministerie beschuldigt Nicolás Petro van belangenverstrengeling, verduistering van publieke middelen, machtsmisbruik en vervalsing van documenten. Volgens de aanklagers zou hij zijn politieke invloed hebben gebruikt om Fucoso te bevoordelen bij contracten van het gouverneurschap van Atlántico, zogenaamd bedoeld om ouderen en mensen met een beperking te ondersteunen. Die projecten werden volgens justitie nooit uitgevoerd, terwijl de toegewezen middelen, ongeveer 111 miljoen pesos (bijna 30.000 dollar), zouden zijn verdwenen.
Tijdens de zitting verklaarde Nicolás Petro dat hij geen enkel feit erkent. Op alle punt van beschuldiging, van onregelmatige contracten tot documentvervalsing, antwoordde hij: “Ik aanvaard niet.” De verdediging stelde bovendien dat de aanklacht onduidelijk is en dat de feiten niet concreet worden onderbouwd. Een eerdere beschuldiging van meineed werd door het Openbaar Ministerie ingetrokken, omdat zijn gedrag volgens de aanklager beter past in de categorie ideologische valsheid in een openbaar document.
De zaak tegen de zoon van de president maakt deel uit van een bredere context van politieke polarisatie in Colombia. Sinds het uitlekken van beschuldigingen over vermeende onregelmatigheden in de financiering van Petro’s presidentscampagne in 2022 ligt Nicolás Petro onder een vergrootglas. Zijn naam duikt regelmatig op in debatten over integriteit binnen de regering en de scheiding tussen familiebelangen en publieke functies.
Het proces dat nu formeel van start gaat, zal volgens juridische analisten langdurig en complex zijn. Het Openbaar Ministerie moet de betrokkenheid en de vermeende verduistering bewijzen, terwijl Petro’s verdediging volhoudt dat hij slachtoffer is van politieke vervolging.