De Colombiaanse journalist Cristian Herrera Nariño is zaterdagmiddag doodgeschoten in de stad Cúcuta, in het noordoosten van het land. Volgens autoriteiten werd hij in een woonwijk aangevallen door gewapende mannen. Herrera, een ervaren verslaggever en bestuurslid van de Fundación para la Libertad de Prensa, FLIP, had al jaren te maken met bedreigingen vanwege zijn werk.
De moord leidt tot brede verontwaardiging binnen journalistieke en mensenrechtenkringen. FLIP stelt dat met de dood van Herrera een kritische stem in de regio het zwijgen is opgelegd. De Defensoría del Pueblo spreekt van een ernstige aanval op de persvrijheid en waarschuwt voor toenemende angst en zelfcensuur onder journalisten.
Herrera stond bekend om zijn onderzoekswerk naar corruptie, georganiseerde misdaad en openbare orde in Norte de Santander. Hij werkte eerder voor de krant La Opinión en was directeur van Q’Hubo. Op het moment van zijn dood was hij communicatieadviseur bij de gemeente Cúcuta. Voor zijn journalistieke werk ontving hij meerdere nationale prijzen.
De moord komt een maand na de dood van journalist Mateo Pérez Rueda, die in Antioquia werd vermoord door FARC-dissidenten. Met het overlijden van Herrera stijgt het aantal journalisten dat sinds 1977 in Colombia is gedood naar 171.
Ondanks eerdere bedreigingen en een beveiligingsregeling bleek bescherming onvoldoende. De politie heeft een beloning van 100 miljoen peso uitgeloofd voor informatie die leidt tot de opsporing van de daders. Autoriteiten hebben een onderzoek ingesteld.