President Gustavo Petro heeft zijn excuses aangeboden aan de moeders van de zeven minderjarigen die zaterdag 15 november omkwamen bij een bombardement op FARC-dissidenten in het departement Guaviare. De aanval richtte zich op de groep van alias ‘Iván Mordisco’, maar trof ook jongeren die volgens het Nationaal Forensisch Instituut door de gewapende organisatie waren gerekruteerd.
Via een bericht op X noemde Petro de dood van de minderjarigen “een pijnlijke tragedie” en nam hij openlijk verantwoordelijkheid voor het incident. “Ik weet dat ik nooit het verdriet van hun moeders zal kunnen verlichten, aan wie ik vergiffenis vraag,” schreef hij.
Petro verklaarde dat het leger niet wist dat er minderjarigen in het kamp aanwezig waren, maar stelde dat zij deelnamen aan gevechtshandelingen. Daarmee, zei hij, vallen ze volgens het Internationaal Humanitair Recht niet onder de bescherming van burgers. Toch erkende hij dat de actie moet worden onderzocht en dat hij als opperbevelhebber de uiteindelijke verantwoordelijkheid draagt.
De militaire operatie, waarbij volgens de regering 150 strijders van het gewapende netwerk werden aangevallen, zou volgens Petro de uitbreiding van de dissidenten naar het noorden van Guaviare hebben voorkomen. Hij benadrukte dat de omstandigheden in de jungle het onmogelijk maakten om leeftijden van strijders vast te stellen.
In zijn verklaring verwees de president ook naar het veiligheidsbeleid van zijn regering, dat hij omschreef als “politiek-militair”. Volgens Petro blijft het gebruik van geweld een optie wanneer groepen weigeren deel te nemen aan vredesonderhandelingen. “De narco wordt tegengehouden door sociale, politieke en militaire acties te combineren,” voegde hij toe.