President Gustavo Petro heeft geweigerd om belastingen terug te betalen die volgens het Constitutionele Hof onterecht zijn geïnd tijdens de economische noodtoestand van december. Het hof beval de terugbetaling van circa 6,9 miljoen dollar, maar Petro stelt dat die inkomsten nooit daadwerkelijk zijn binnengekomen.
Volgens de president hebben de belastingmaatregelen uit het nooddecreet geen concrete opbrengsten gegenereerd. In een bericht op X verklaarde hij dat alleen betalingen van oude belastingschulden zijn ontvangen, en dat deze niet voortkomen uit de nieuwe heffingen. “Er is niets terug te geven,” aldus Petro.
Het Constitutionele Hof verklaarde het decreet eerder ongrondwettelijk en stelde dat alle onder dit kader geïnde belastingen moeten worden terugbetaald. Daarmee ontstond een conflict tussen de juridische benadering van het hof en de fiscale interpretatie van de regering.
Het nooddecreet was ingevoerd nadat het parlement een belastinghervorming had verworpen. De regering probeerde via uitzonderlijke bevoegdheden alsnog extra inkomsten te genereren om het oplopende begrotingstekort te beperken. Door de uitspraak verliest de regering een belangrijk instrument in haar begrotingsbeleid.
De uitvoering van de terugbetalingsopdracht is bovendien complex. Vooral bij indirecte belastingen is het moeilijk vast te stellen wie recht heeft op compensatie. Daarnaast bestaat onzekerheid over welke bedragen juridisch nog teruggevorderd kunnen worden.
De kwestie kan uitmonden in nieuwe juridische procedures, vooral als blijkt dat er toch gedeeltelijke betalingen zijn gedaan. Tegelijkertijd vergroot het conflict de druk op de overheidsfinanciën in een verkiezingsjaar, waarin internationale organisaties al waarschuwen voor de gevolgen van de stijgende staatsschuld.