Protesten in Colombia houden aan, ondanks intrekken belastinghervorming

Wat begon als een protest tegen de belastinghervormingen die de regering van Colombia wilde invoeren is uitgegroeid tot een massale uiting van onvrede tegen de regering van de rechtse president Ivan Duque.

Sinds de eerste protestdag op vrijdag 28 april is het erg onrustig in de grote steden van Colombia. Bij de aanhoudende protesten tegen de regering zijn zeker negentien doden te betreuren.

Alhoewel president Duque de voorgestelde belastinghervormingen heeft ingetrokken blijven de protesten aanhouden en heeft het Nationale Stakingscomité een nieuwe ‘nationale staking’ gepland op aanstaande woensdag.

De afgelopen vijf dagen zijn volgens de nationale ombudsman minstens zeventien doden gevallen, onder wie zestien burgers, en 846 mensen gewond geraakt.

Op beelden die circuleren op sociale media valt te zien dat de protesten hardhandig worden neergeslagen. Met name in de miljoenenstad Cali, de derde stad van het land, vielen veel gewonden.

De autoriteiten hebben 431 mensen vastgehouden en de regering heeft het leger ingezet in de zwaarst getroffen steden. Sommige ngo’s beschuldigden de politie ervan op burgers te schieten.

Geconfronteerd met de onrust, gaf de regering van president Iván Duque zondag opdracht om het voorstel voor belastinghervorming terug te trekken uit het congres, waar het in eerste instantie werd herzien.

Maandag nam de Colombiaanse minister van Financiën, Alberto Carrasquilla, ontslag en zei in een verklaring dat zijn voortdurende aanwezigheid “het moeilijk zou maken om snel en efficiënt de nodige consensus te bereiken” voor een nieuw hervormingsvoorstel. Hij werd snel vervangen door econoom Jose Manuel Restrepo, voorheen minister van Handel.

Ondanks de intrekking van het wetsvoorstel, waarvan demonstranten zeiden dat het Colombia armer zou maken te midden van de coronaviruspandemie, riep de overkoepelende organisatie het Nationale Stakingscomité woensdag op tot nieuwe demonstraties. “De mensen op straat eisen veel meer dan de intrekking van de belastinghervorming”, staat er in een verklaring.

Duque, wiens populariteit is gedaald tot 33 procent, heeft het “vandalisme” van de demonstranten veroordeeld, terwijl het land vecht tegen een tweede dodelijke pandemiegolf. Desondanks gingen mensen maandag opnieuw de straat op om te protesteren in Bogotá, Medellín, Cali en Barranquilla.

De meeste demonstraties begonnen vreedzaam voordat ze uitliepen op botsingen tussen demonstranten en de politie. Minister van Defensie Diego Molano beweerde dat het geweld “met voorbedachten rade was gepleegd, georganiseerd en gefinancierd door dissidenten van de FARC” en rebellen van het ELN.

President Ivan Duque wil met een hervorming van het belastingstelsel miljarden euro’s ophalen om daarmee de economische crisis als gevolg van de coronapandemie aan te pakken. Vakbonden uitten daarop kritiek, omdat de belastingverhogingen vooral arme mensen zouden treffen. Zo zou er een lagere ondergrens komen voor salaris waarover inkomensbelasting wordt geïnd.

Colombianen protesteren de komende dagen ook vanwege het verloren leven van de 17-jarige Marcelo Agredo, die het lef had om een motoragent een trap te geven. De agent schoot op de jongen toen hij wegrende. Ook protesteert de bevolking tegen armoede, tegen ongelijkheid, tegen strenge covid-maatregelen die desondanks niet konden voorkomen dat ruim 75 duizend Colombianen stierven, tegen geweld en tegen milieu- en mensenrechtenactivisten die te vaak hun werk met de dood moeten bekopen.

Bron :
Foto:caracol.com.co