Tijdens zijn laatste toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft de Colombiaanse president Gustavo Petro zware kritiek geuit op voormalig Amerikaans president Donald Trump. Petro eiste strafrechtelijke vervolging van Trump en andere Amerikaanse functionarissen voor militaire operaties in het Caribisch gebied.
Volgens Petro werden tijdens de regering-Trump raketten afgevuurd op schepen die werden verdacht van drugstransport. Hij noemde deze acties een directe schending van het internationaal recht en stelde dat de jongeren die hierbij omkwamen geen leden van criminele organisaties waren, maar gewone bewoners uit de regio, mogelijk Colombianen. “Als het om Colombianen ging, dan moet er een proces worden gestart tegen de verantwoordelijke Amerikaanse functionarissen, inclusief de president die de aanval toestond,” aldus Petro.
De president gaf de Verenigde Staten verder het verwijt dat ze geweld gebruiken om controle te houden over Latijns-Amerika. Volgens hem wordt dialoog daardoor ondermijnd en wordt geweld opgelegd aan kwetsbare bevolkingsgroepen.
Petro bekritiseerde daarnaast de Amerikaanse beslissing om Colombia te decertificeren in de strijd tegen drugs. Hij stelde dat Washington de inspanningen van zijn land onvoldoende erkent en dat het vasthouden aan een “mislukt” antidrugsbeleid alleen tot stagnatie leidt.
Tot slot richtte Petro zich op migratie. Hij benadrukte dat migranten geen criminelen zijn en dat hun vlucht vooral een gevolg is van economische blokkades tegen arme landen. Dergelijke blokkades, zei hij, vormen “een genocide” tegen de meest kwetsbare bevolkingen.
De uitspraken van Petro passen in zijn bredere lijn van kritiek op internationale machtsverhoudingen, waarbij hij stelselmatig oproept tot hervormingen van zowel het antidrugsbeleid als de aanpak van migratie.