De Verenigde Staten hebben officieel de invoerheffing van 10% op Colombiaanse koffie en cacao opgeheven. De maatregel, die sinds april van dit jaar van kracht was, veroorzaakte onrust bij exporteurs, maar leverde uiteindelijk geen blijvende schade op voor de sector. Met het besluit wil Washington de handel versoepelen in producten die het land zelf onvoldoende produceert.
President Donald Trump ondertekende een decreet dat de tarieven wijzigt voor diverse landbouwproducten, waaronder koffie, thee, cacao, specerijen en tropische vruchten. De vrijstelling geldt wereldwijd voor landen die dergelijke goederen leveren, niet enkel voor Colombia.
De afschaffing betekent een belangrijke meevaller voor Colombia, waar koffie en cacao behoren tot de meest representatieve exportproducten. Volgens de Colombiaanse Koffietelersfederatie (FNC) zal de maatregel de concurrentiepositie versterken en de markttoegang tot de Verenigde Staten verbeteren.
“Wij waarderen de bereidheid van de Amerikaanse autoriteiten om onze analyse en zorgen in overweging te nemen,” verklaarde FNC-directeur Germán Bahamón. “Dit besluit bewijst het belang van een serieuze en permanente dialoog met onze belangrijkste handelspartner.” Tegelijkertijd benadrukte hij dat de FNC zal blijven inzetten op diversificatie richting markten in Azië, het Midden-Oosten en Europa.
De nieuwe handelsvoorwaarden kunnen vooral gunstig uitpakken voor de 500.000 boerenfamilies die afhankelijk zijn van koffieproductie. Door de lagere importkosten voor Amerikaanse kopers kan de vraag naar Colombiaanse koffie stijgen, wat hogere prijzen of stabielere inkomsten kan opleveren. Ook de cacaosector, die aan terrein wint in de nationale export, zal profiteren van een gelijker speelveld.
De beslissing van Washington komt in een periode waarin landen wereldwijd onderhandelen over handelsvoordelen. Voor Colombia biedt dit zowel kansen als uitdagingen: het kan zijn exportpositie versterken, maar moet waakzaam blijven dat rivaliserende producenten niet nog gunstiger voorwaarden verkrijgen.
Met dit besluit wil de VS bovendien de binnenlandse prijsstijgingen tegengaan van producten die het land zelf nauwelijks verbouwt.