De controverse rond het gebruik van het shirt van de Colombiaanse nationale ploeg is uitgegroeid tot een frontale politieke botsing in aanloop naar de tweede ronde van de presidentsverkiezingen. Bondgenoten van kandidaat Abelardo de la Espriella negeren openlijk de kritiek van tegenstander Iván Cepeda en zetten het symbool juist nadrukkelijker in als campagnemiddel.
Aanleiding is de felle reactie van Cepeda, die het gebruik van het nationale shirt “opportunistisch” noemt en aandringt op een juridische beoordeling. Hij wijst erop dat nationale symbolen niet mogen worden ingezet voor electorale doeleinden, zeker niet vlak voor het WK voetbal.
De Colombiaanse voetbalbond probeerde de gemoederen te temperen, maar gaf tegelijkertijd duidelijke grenzen aan. Journalistiek gebruik is toegestaan, maar voor promotionele en politieke toepassingen is expliciete toestemming vereist. Campagnes werd expliciet gevraagd het shirt niet te gebruiken om kiezers te trekken.
Die oproep lijkt genegeerd. Afgevaardigde Julio César Triana kondigde aan dat deelnemers aan een campagnebijeenkomst op 12 juni verplicht het nationale shirt moeten dragen. Daarmee wordt het symbool bewust ingezet als politiek instrument in de campagne van De la Espriella, winnaar van de eerste ronde.
Ook Carolina Arbeláez koos voor de aanval en beschuldigde Cepeda van “wanhoop”. Volgens haar zal die houding hem de verkiezing kosten.
De inzet van het nationale shirt markeert een verdere verharding van de campagne, waarin symboliek en nationalisme steeds nadrukkelijker worden gebruikt om kiezers te mobiliseren richting de beslissende stembusgang op 21 juni.