President Gustavo Petro heeft aangekondigd dat hij zijn Ecuadoraanse ambtgenoot Daniel Noboa strafrechtelijk wil aanklagen wegens laster. De stap volgt op beschuldigingen van Noboa dat Petro banden zou hebben met een criminele organisatie rond de beruchte drugsleider Adolfo Macías, alias “Fito”. Voor die aantijgingen is geen bewijs geleverd.
Petro ontkent de beschuldigingen en noemt ze schadelijk voor zijn reputatie. Hij gaf nog geen details over wanneer de rechtszaak wordt ingediend. De uitwisseling van beschuldigingen vergroot de spanningen tussen beide landen, die al maanden verwikkeld zijn in een diplomatiek en economisch conflict.
Sinds januari voeren Colombia en Ecuador een handelsoorlog. Ecuador voerde toen importheffingen in op Colombiaanse producten vanwege zorgen over grenscontrole. Colombia reageerde met tegenmaatregelen, waaronder eigen tarieven en het stopzetten van energieleveringen. Ecuador verhoogde de heffingen vervolgens stapsgewijs tot 100 procent, die vanaf mei van kracht worden.
Ook op politiek vlak lopen de spanningen op. Petro noemde de voormalige Ecuadoraanse vicepresident Jorge Glas een politieke gevangene en verleende hem de Colombiaanse nationaliteit. Ecuador ziet dat als inmenging in binnenlandse zaken en riep zijn ambassadeur terug uit Bogotá. Colombia nam eenzelfde maatregel.
Daarnaast beschuldigde Petro delen van de Colombiaanse oppositie van samenwerking met buitenlandse actoren om zijn regering te ondermijnen, zonder daarvoor bewijs te leveren.
Een reactie van de Ecuadoraanse regering op de aangekondigde rechtszaak bleef vooralsnog uit.