De diplomatieke relatie tussen Colombia en Bolivia is scherp verslechterd nadat beide landen hun ambassadeurs hebben uitgezet. Bogotá kondigde woensdag aan dat de Boliviaanse ambassadeur het land moet verlaten, als reactie op een vergelijkbare stap van La Paz een dag eerder.
De crisis werd veroorzaakt door uitspraken van de Colombiaanse president Gustavo Petro over de aanhoudende protesten in Bolivia. Petro sprak op sociale media over een “volksopstand” en bood aan te bemiddelen in het conflict. De Boliviaanse regering beschouwt die uitlatingen als ongeoorloofde inmenging in binnenlandse aangelegenheden.
President Rodrigo Paz reageerde fel en verklaarde de Colombiaanse ambassadeur persona non grata. Volgens zijn regering overschreed Petro diplomatieke grenzen en gaf hij indirect steun aan oppositiegroepen, waaronder aanhangers van oud-president Evo Morales.
Colombia ontkent dat het zich heeft bemoeid met interne zaken en verdedigt Petro’s uitspraken als politieke observaties. Toch leidde de escalatie ertoe dat beide landen nu zonder ambassadeur zitten, een zeldzame en symbolisch zware stap.
Hoewel een formele breuk in de diplomatieke betrekkingen nog uitblijft, spreken waarnemers van het dieptepunt in de relatie sinds Paz in november aan de macht kwam. De spanningen vallen samen met een bredere politieke herpositionering in de regio.
Paz voert een centrumrechts beleid en heeft de banden met de Verenigde Staten en conservatieve regeringen aangehaald. Petro behoort tot de linkse leiders in Latijns-Amerika en uitte eerder kritiek op de koers van Bolivia, die hij als te radicaal omschrijft.
Intussen blijft de situatie in Bolivia gespannen. Protesten, wegblokkades en economische problemen houden aan. Internationale actoren, waaronder de Verenigde Staten, hebben hun zorgen geuit en roepen op tot dialoog.