Colombianen trekken vandaag naar de stembus voor een beslissende tweede ronde van de presidentsverkiezingen, onder leiding van twee kandidaten die haaks op elkaar staan en waarbij veiligheid het dominante thema is. De extreemrechtse Abelardo de la Espriella gaat als favoriet de verkiezingsdag in, terwijl de linkse Iván Cepeda rekent op een late opmars in een campagne die is gekleurd door gewelddadige bendes, ontvoeringen en recordniveaus van cocateelt.
De la Espriella, 47 jaar en door zichzelf “De Tijger” genoemd, profileert zich als de harde tegenpool van president Gustavo Petro. Hij wil het leger inzetten om de veiligheid te herstellen, waarschuwt dat Colombia niet door “links vernietigd” mag worden, en pleit voor de bouw van grote gevangenissen. Hij verdedigt het recht op wapenbezit en stelt tegen het bendegeweld een militair verbond met de VS en Israël voor. Hij noemt Donald Trump een groot voorbeeld en kijkt ook op naar Javier Milei en Nayib Bukele Ortez. De la Espriella won de eerste ronde drie weken geleden met minder dan drie procentpunt verschil, goed voor ruim 630.000 stemmen, en heeft zich versterkt met internationale steunbetuigingen.
Cepeda, een 63-jarige senator van het links-progressieve Pacto Histórico en mensenrechtenactivist, wil het beleid van Petro voortzetten en versterken. Zijn vader, ook senator, werd in 1994 vermoord door paramilitairen, wat zijn persoonlijke drijfveer voor mensenrechten en sociale hervorming heeft gevormd. Cepeda kiest voor sociale programma’s tegen armoede, landhervorming en onderhandelingen met gewapende bendes, ook met de meest gewelddadige groepen. Die aanpak ligt onder vuur, omdat bendegeweld tijdens Petro’s ambtstermijn toenam en de resultaten van onderhandelingen beperkt bleven. Tegelijk kampt Colombia met recordniveaus van cocateelt en cocaïneproductie, zodat de strijd om veiligheid en drugsbeleid centraal staat.
Hoewel recente peilingen De la Espriella een duidelijke voorsprong en een winstkans van circa 80 procent geven, wijzen zowel campagnedata als signalen uit het veld op een veel spannendere strijd. Een belangrijke onzekere factor is het gedrag van kiezers die in de eerste ronde niet op een van beide finalisten stemden. Ongeveer drie miljoen stemmen gingen naar andere kandidaten en meer dan 400.000 kiezers brachten een blanco stem uit. Daarnaast kan een hogere opkomst, zoals bij de verkiezingen van 2022, opnieuw doorslaggevend zijn.
Binnen het kamp van De la Espriella bestaat naast vertrouwen ook groeiende bezorgdheid over zelfgenoegzaamheid onder zijn achterban. Vooral stemmen vanuit het buitenland worden nauwlettend gevolgd. Campagnemedewerkers schatten dat circa 80.000 Colombianen in het buitenland mogelijk invloed hebben op de uitslag. Vroege signalen uit buitenlandse stemlocaties, zoals in Atlanta, wijzen op een lichte daling in steun ten opzichte van de eerste ronde.
De la Espriella blijft inzetten op een strak georganiseerde campagne met duidelijke boodschappen op sociale media. Hij versterkte zijn internationale profiel met steunbetuigingen van onder anderen Trump en Milei, en profileert zich nadrukkelijk rond nationale symboliek, zoals het dragen van het Colombiaanse voetbalshirt tijdens het WK.
Aan de andere kant probeert Cepeda een inhaalslag te maken. Zijn campagne kende na de eerste ronde een moeizame start, mede door interne spanningen met Petro, maar heeft zich in de laatste weken herpakt. Cepeda zet sterker in op digitale communicatie, met name via platforms als TikTok, waar hij inmiddels vergelijkbare interactiecijfers haalt als zijn tegenstander.
Daarnaast richt zijn campagne zich op het mobiliseren van kiezers die eerder thuisbleven, vooral in landelijke en moeilijk bereikbare gebieden, evenals onder jongeren en inheemse gemeenschappen. Ook probeert hij centrumkiezers aan te spreken die zich niet volledig herkennen in zijn programma, maar terughoudend zijn om op De la Espriella te stemmen.
Strategisch heeft Cepeda afstand genomen van enkele standpunten die kiezers afschrikten. Zo erkende hij expliciet de uitslag van de eerste ronde, in tegenstelling tot Petro, en wist hij Petro ertoe te bewegen een omstreden initiatief voor een grondwetgevende vergadering tijdelijk stil te leggen.
Volgens interne cijfers van De la Espriella’s campagne ligt hij nog steeds voor, met een geschatte voorsprong van ongeveer zes procentpunt. Tegelijk erkennen beide kampen dat de werkelijke marge kleiner kan zijn. De intensiteit van de campagne, met wederzijdse beschuldigingen van stemkoop en waarschuwingen voor fraude, onderstreept dat de verkiezing tot het laatste moment open blijft.