President Gustavo Petro heeft aangekondigd dat Colombia niet langer gebruik zal maken van de cijfers van het VN-Bureau voor Drugs en Misdaad (UNODC) over de potentiële productie van cocaïne. Daarmee zet de regering haar relatie met de Verenigde Naties onder druk en roept ze zorgen op over het internationale vertrouwen in het Colombiaanse drugsbeleid.
De stap volgde nadat het VN-rapport voor 2023 een stijging van 53 procent liet zien in de potentiële cocaïneproductie, tot 2.664 ton. Petro verwierp de cijfers en noemde de gebruikte methoden “duister en ontoereikend”. De overheid werkt inmiddels aan een alternatief systeem dat volgens haar beter aansluit bij de realiteit op het terrein.
Deskundigen waarschuwen dat het verbreken van de samenwerking met de VN de geloofwaardigheid van Colombia in gevaar brengt. “Zonder de onafhankelijke data van Simci verliezen we het internationale vertrouwen”, aldus voormalig antidrugsfunctionaris Álexander Rivera. Volgens hem is de internationale gemeenschap afhankelijk van deze gegevens om gezamenlijke operaties tegen drugshandel te coördineren.
Het Simci-systeem, waar Colombia jaarlijks ruim 1,5 miljard peso voor betaalt, wordt beschouwd als een van de belangrijkste bronnen voor het begrijpen van de dynamiek van de cocaproductie. De Nationale Politie zou momenteel niet over de technische capaciteit beschikken om het VN-monitoringsysteem te vervangen.
Critici vrezen dat Petro’s besluit zijn eigen programma voor vrijwillige gewasvervanging ondermijnt, aangezien de VN-cijfers informatie bieden over de inkomens en afhankelijkheid van boerengezinnen in cocagebieden.