Het Constitutionele Hof van Colombia heeft het decreet waarmee de regering van president Gustavo Petro in december de economische noodtoestand uitriep, voorlopig opgeschort. Zes van de acht rechters stemden voor de schorsing, op basis van een voorstel van rechter Carlos Camargo, die stelde dat de grondwettelijke voorwaarden voor een noodtoestand niet waren aangetoond.
De beslissing zet diverse fiscale maatregelen tijdelijk stop, waaronder de btw-verhoging op tabak en sterke drank en extra heffingen op energiebedrijven. De opschorting geldt totdat het Hof later dit kwartaal een definitief oordeel velt over de rechtmatigheid van het decreet.
De regering had de noodtoestand uitgeroepen nadat het Congres een financieringswet had verworpen die circa 16 biljoen peso moest opleveren om het begrotingstekort voor 2026 te dichten. Volgens het ministerie van Financiën was al een groot deel van dat bedrag via nooddecreten veiliggesteld, maar waren aanvullende belastingen nodig.
De uitspraak leidde tot scherpe en uiteenlopende reacties. Werkgeversorganisaties zoals ANDI en het Consejo Gremial prezen de schorsing als een stap die de institutionele stabiliteit en de naleving van de Grondwet beschermt, omdat de begrotingsproblemen volgens hen met gewone middelen kunnen worden aangepakt. President Petro reageerde daarentegen fel en waarschuwde op X dat “nu de gevolgen zullen komen van het torpederen van het nooddecreet” en dat door “het redden van de belasting voor de megariijken een grotere crisis zal worden gesocialiseerd”.
Volgens economen en marktanalisten markeert de beslissing een belangrijk precedent, omdat de rechtbank zelden eerder een economisch nooddecreet van de uitvoerende macht op deze manier heeft stilgelegd. Intussen blijft de regering kampen met een oplopende staatsschuld en een aanzienlijk gat in de begroting van 2026.