De Onderzoeks- en Aanklagingscommissie van de Colombiaanse Kamer van Afgevaardigden heeft een ambtshalve strafrechtelijk onderzoek geopend tegen president Gustavo Petro. Hij wordt verdacht van mogelijke politieke inmenging naar aanleiding van recente uitspraken en berichten op sociale media over de komende presidentsverkiezingen.
De beslissing werd op 26 mei 2026 vastgelegd in een officieel document, ondertekend door commissievoorzitter Gloria Elena Arizabaleta Corral. Daarin wordt gevraagd om een registratienummer toe te kennen, waarmee de procedure formeel van start kan gaan.
Volgens de commissie is het onderzoek gebaseerd op bevoegdheden uit Wet 600 van 2000 en Wet 5 van 1992. Het mogelijke strafbare feit valt onder artikel 422 van het Colombiaanse Wetboek van Strafrecht, waarin politieke inmenging wordt gereguleerd.
In de brief aan de secretaris van de commissie, Jairo Fabián Corzo Ordóñez, staat dat de instantie wettelijk verplicht is om op basis van de beschikbare informatie een onderzoek te starten. De directe aanleiding zijn publieke uitingen van de president die mogelijk verband houden met het verkiezingsproces.
De eerstvolgende stap is de formele registratie van de zaak. Daarna begint het inhoudelijke onderzoek binnen de commissie, die bevoegd is om klachten tegen de president te behandelen.
De uitkomst van het onderzoek kan politieke en juridische gevolgen hebben, afhankelijk van de bevindingen over de rol van de president in het verkiezingsdebat.