President Gustavo Petro heeft op de Dag van de Arbeid een nieuwe stap gezet richting een Nationale Grondwetgevende Vergadering. Vanuit Medellín kondigde hij de start aan van een landelijke campagne om miljoenen handtekeningen te verzamelen ter ondersteuning van het initiatief.
Volgens Petro is het doel niet om de Grondwet van 1991 volledig te vervangen, maar om gerichte wijzigingen door te voeren. Die moeten sociale hervormingen beschermen en de strijd tegen corruptie versterken. Hij stelde dat twee nieuwe grondwetsartikelen nodig zijn om deze doelen te verankeren.
De president presenteerde het plan als antwoord op de politieke impasse in het Congres. Belangrijke hervormingen op het gebied van arbeid, gezondheidszorg en pensioenen werden tijdens zijn ambtstermijn aangepast of geblokkeerd door conservatieve meerderheden. Volgens Petro toont dit aan dat structurele veranderingen kwetsbaar blijven zonder grondwettelijke verankering.
Tijdens zijn toespraak riep hij de volgende regering op om het proces voort te zetten. Ook kondigde hij de oprichting aan van comités die in het hele land handtekeningen moeten verzamelen. Hoewel wettelijk 2,5 miljoen geldige handtekeningen vereist zijn, mikt de regering op vijf miljoen.
De keuze voor Medellín was opvallend. De stad geldt als een traditioneel bolwerk van het uribisme en vormt politiek gezien een uitdagende omgeving voor de regering. Petro probeerde hiermee zijn steunbasis te verbreden en zijn boodschap nationaal te positioneren.
Tegelijkertijd trokken de 1 mei-demonstraties in meerdere steden grote menigten. In Bogotá leidde senator Iván Cepeda het belangrijkste evenement, maar de politieke aandacht verschoof naar Medellín vanwege de aankondiging van de president.
Met zijn voorstel zet Petro een omstreden stap in de laatste maanden van zijn presidentschap, terwijl Colombia zich al voorbereidt op een nieuwe verkiezingscyclus.